ONDERZOEK

Wetenschappelijk onderzoek naar het effect van film kijken

Bioscoopbezoek maakt indruk

Professor Joseph Devlin / Screenshot video UCL Department of Experimental Psychology

Uit...! Goed voor U! Dat er meer waarheid zit in die oer-Hollandse campagneslogan uit de jaren zestig dan verwacht, blijkt uit onderzoek van professor Joe Devlin van de University College London.

Een maand geleden was de cognitieve neurowetenschapper Devlin te gast op een speciaal georganiseerde dag van Digital Cinema Media, de mediaexploitant uit Engeland die bioscoopreclame verkoopt. In zijn presentatie Why Cinema is Designed to Make a Lasting Impact, zette hij uiteen waarom dat volgens zijn onderzoeksteam het geval is.

Het eerste bewijs waar Devlin mee op de proppen kwam was hersenonderzoek waaruit blijkt dat bioscoopbezoek effect heeft op de wijze waarop we herinneringen aanmaken. Naar de film gaan activeert dat deel van het brein dat ons voorbereidt dat er iets anders, iets interessants gaat gebeuren. Daardoor zijn we beter in staat de herinneringen die ermee gepaard gaan op te slaan en langer te onthouden. Dat is echt anders dan de situatie waarin we tijdens de coronaperiode thuis zaten. In die tijd was er in ons hoofd sprake van 'brain fog', aldus Devlin.

'De psychologie en neurowetenschap achter de bioscoopervaring is behoorlijk universeel. Ik verwacht dat die ook gelden voor Nederland.'

Samen kijken
Een ander element dat de wetenschapper aanhaalde was dat vooral het gezamenlijk kijken en dan vooral met een grote groep een veel grotere impact heeft dan we wel eens denken. Met wearables werd een groep mensen onderzocht die naar een theaterversie van de musical Dreamgirls ging en die daarna in een hele kleine groep (van zes personen) de filmversie zag. In allebei de gevallen synchroniseerde de hartslag en versnelde die op dezelfde momenten bij de bezoekers. Bij het kijken in een kleine groep gebeurde hetzelfde, maar waren de reacties niet zo uitgesproken qua verhoogde hartslag als bij de toeschouwers in de theaterzaal. Kortom, in een grote groep samen iets ervaren leidt tot meer reactie.

Dat blijft niet alleen bij de hartslag. Uit onderzoek dat Devlins team eerder al deed in samenwerking met Vue Entertainment blijkt dat onze emotionele reactie op het kijken naar film meetbaar is via onze huid, in vaktermen electrodermal activity geheten.
Uit onderzoek van psycholoog Uri Hasson van de Princeton Universiteit in 2004 bleek ook al dat er iets bijzonders met onze hersenactiviteit gebeurt als we samen met andere mensen naar film kijken. Er vindt een bijzondere mate van synchronisatie plaats.

- lees verder onder de advertentie -

Volgens Devlin is de bioscoop 'the home of storytelling'.

'The home of storytelling'
Andere meetbare eigenschappen die de bioscoopervaring volgens Devlin anders maken dan thuis of onderweg naar film kijken zijn het ontbreken van afleiding (ons brein kan volgens hem tot op 40% van het cognitieve vermogen verliezen door verschillende dingen tegelijk te willen doen) en de impact van het grote doek (bioscooppubliek heeft juist door een groter scherm op dat moment een groter concentratievermogen). Opvallend is ook dat uit ander onderzoek is gebleken dat informatie die in de vorm van een verhaal wordt overgebracht veel langer bijblijft. Volgens Devlin is de bioscoop 'the home of storytelling'. 

De Engelse presentatie in Odeon Luxe aan Leicester Square in Londen was reden voor Holland Film Nieuws om contact te leggen met professor Devlin en hem te vragen of hij denkt dat deze uitkomsten ook voor andere landen gelden. Devlin: 'De psychologie en neurowetenschap achter de bioscoopervaring is behoorlijk universeel. Zaken als de locatie, het publiek en het grote scherm gelden eigenlijk overal. Ik verwacht dat die ook gelden voor Nederland. Er zou wel verschil kunnen zijn in de mate waarin mensen worden afgeleid of juist hun aandacht weten te behouden. Misschien weten Nederlanders beter in het moment te blijven, dan Engelsen? Want die zitten wel heel vaak te multitasken.'

Jeroen Huijsdens

Dit bericht is gebaseerd op een artikel van Helen Budge van Celluloid Junkie.