IN BEELD

Een echte liefhebber

'Ik hou van film, maar ik ga voor de bioscopen'

Bioscoopfan Michiel Petersen wil alle bioscopen en filmhuizen in Nederland bezoeken

Een onmogelijke ambitie

Nederland is goed bedeeld met bioscopen en filmhuizen, maar weten we eigenlijk wel exact hoe goed? Je hebt de leden van de NVBF, en sinds kort is er de VVF voor kleinschalige vertoners. Maar daarnaast zijn er vermoedelijk nog vele tientallen filmvertoners die compleet onder de radar vliegen. Michiel Petersen wil ze allemaal bezoeken. ‘Nergens in Europa is het zo goed als hier.’

‘Sommige mensen zijn Funda-verslaafd. Michiel zoekt graag naar nieuwe bioscopen.’ Lianne Bakker zegt het zonder een spoortje wrevel. Haar man Michiel Petersen heeft een hobby die veel van zijn vrije tijd vergt. Hij wil alle bioscopen in Nederland bezocht hebben. En het liefst ook alle filmhuizen en filmtheaters. En vooruit, als hij in de buurt is ook nog wel een buurtzaaltje met maar één voorstelling in de maand. Het klinkt als een niet te verwezenlijken ambitie en dat weet Petersen zelf ook. ‘Het gaat me hoogstwaarschijnlijk nooit lukken ze allemaal te zien.’

Verzamelaar
Al in zijn studietijd vond Michiel Petersen (57) het een leuk idee om alle bioscopen van Amsterdam te bezoeken. ‘Lianne en ik woonden in een studentenhuis aan de Prinsengracht. Van daaruit kon je gemakkelijk per fiets naar alle Amsterdamse zalen, heerlijk was dat.’ Later kwamen de vaste banen: Michiel bij een bank, Lianne in het onderwijs. Ze startten een gezin en verhuisden naar Almere. Wat bleef: het structureel bezoeken van bioscopen.

Bio Roxy in Orebro, Zweden

‘Nergens in Europa is het zo goed als hier.’

Michiel Petersen 

Obsessief wellicht? Lianne: ‘Hij is boekhouder, hè? Dan heb je dat. Jij houdt eigenlijk al sinds 1984 bij welke films je waar gezien hebt en wat je ervan vindt.’ Michiel: ‘Het is ook wel een mannending, die vinden het nou eenmaal leuk om te verzamelen. Zo had ik een collega die de hele wereld over reisde om trams te zien. Ik hou van film, maar ik ga voor de bioscopen. Ik wil ze van binnen zien.’

De laptop komt op tafel, met daarin het bewijs van Petersens georganiseerde natuur. Op een spreadsheet staan alfabetisch alle plaatsen die hij heeft aangedaan, met erbij vermeld wat hem er zoal opviel. Huidige stand van zaken: 263 locaties bezocht. Petersen scrolt door de lijst, plukt er zomaar wat uit. ‘Kruispunt, Barendrecht was heel leuk, daar kwam ik in een Ladies Night terecht. Op zondagmiddag. Allemaal kraampjes, 250 dames, ik de enige man. Ik was er speciaal voor afgereisd, dus ze lieten me wel binnen. Of hier: Cul’s Filmhuis in Duiven, dat is best een vreemd gebouw. Eenmaal binnen kun je dan via een klein roltrapje naar de bioscoop. Alle zalen heten Bij, wij zaten in Bij Bert. In de pauze heette het Bij de Buren. Het was gratis. ‘Beetje amateuristische toestand’, heb ik geschreven.’

In Woudrichem ging hij met zijn 85-jarige moeder naar Hollywoud. ‘Dat wás een oude keet, ze heeft het er nog over: ‘Die gekke bioscoop!’ Heel aardige mensen, we gingen erheen omdat ‘ie snel dicht zou gaan. De nieuwe is weer zo’n betonnen geval naast de snelweg.’ Lianne: ‘Het gebeurt vaak dat Michiel denkt: O, die gaan dicht, daar moet ik nog snel even langs.’ Michiel: ‘Klopt, Royal Heerlen gaat binnenkort verbouwen, dus daar moet ik niet te lang mee wachten.’

- lees verder onder de advertentie -

‘De leukste sfeer krijg je toch met bevlogen vrijwilligers.'

Ontdekkingen doen
Er is ook een tweede spreadsheet met daarin alle plekken waar hij graag nog eens naartoe wil. Toch ook een lijst met 160 namen. Het zoekwerk is eenvoudig. ‘Dan tik ik op Google ‘Loenen, bioscoop’ en kijk wat er opkomt. Zo ga ik heel Nederland af. In eerste instantie waren het plekken waar ik toch in de buurt moet zijn. Meestal probeer ik ook lid te worden van de nieuwsbrief. Ik krijg elke dag een melding van Google met nieuwsberichten over bioscopen in Nederland. En ik lees Holland Film Nieuws natuurlijk.’ Hij is wel eens bang dat als hij nog dieper gaat zoeken, er steeds weer nieuwe zaaltjes opduiken. ‘Het gaat me nooit lukken ze allemaal te zien.’

Voor de gezelligheid gaat Lianne regelmatig mee, zo’n een op de drie keer. ‘Je wilt toch met elkaar een film beleven. En ik vind het leuk als je in zo’n filmhuisje komt en je hebt daadwerkelijk contact met iemand, al is het maar aan de kassa. De leukste sfeer krijg je toch met bevlogen vrijwilligers.’

Ze vertelt enthousiast over een recent bezoek aan het Ledeltheater in Oostburg, Zeeuws-Vlaanderen. ‘Dat bleek een prachtige bioscoop te zijn, helemaal nog in sfeer van de jaren vijftig. Het rook er een beetje muf, maar het was netjes onderhouden. De vrouw die het runde nam ons gelijk mee voor een rondleiding.’

‘Het gaat me nooit lukken ze allemaal te zien.’

Michiel Petersen

Filmtheater Velsen in IJmuiden.

In Oostburg worden discussies gehouden of het niet eens wat comfortabeler moet. Begrijpelijk, vindt Lianne. ‘Ik kan me voorstellen dat als je daar woont, je toch wel wat verbeteringen wil. Maar ik vond het juist geweldig dat al die authentieke details er nog waren, van de lampen tot de gordijnen. Skai leren stoelen, een balkon en een loket met ronde raampjes. De sigarettenhouders hingen nog in de toiletten.’ 

Het hart van de gemeenschap
Michiel ziet ook liever verbeteringen dan nieuwbouw. ‘Dan plempen ze in zo’n nieuw gebouw alles bij elkaar: de bibliotheek, een museum. Geldermalsen had zo’n lief filmhuisje. Oud, leuk cafeetje erbij, volop sfeer. Daar is nu aan de rand van de snelweg een groot gebouw neergezet met van alles erin: huisarts, bibliotheek, consultatiebureau en nog veel meer, plus een zaaltje voor het filmhuis. Ik zat daar op een zaterdagavond en het was alsof ik naar een ziekenhuis ging, zo sfeerloos. Mijn nichtje was vaste bezoeker van het oude zaaltje, en zij gaat niet meer.’

Het filmhuis als het hart van de lokale gemeenschap: Petersen ziet het telkens weer. ‘Dan kom je ergens en houdt de wethouder eerst een praatje. Een kaasplankje en prosecco in de pauze. Of zoals in Oisterwijk, daar kreeg iedereen een hand en moesten we ons voorstellen. Dat is toch geweldig? Het zijn kleine gemeenschappen waar je even deel van uitmaakt.’ Zelf blijft hij het liefste onder de radar. Het is de sfeer waar hij het voor doet. ‘In Nieuwkoop was het allemaal een beetje deftig, in een monumentaal pandje uit de zeventiende eeuw. In de pauze kwamen ze langs met hapjes en wijn, werd je helemaal volgestopt. Ik was nieuw, dat vonden ze leuk. Kijk, ik val natuurlijk meteen op, want ze kennen al hun bezoekers persoonlijk.’

'Alle zalen heten Bij, wij zaten in Bij Bert. In de pauze heette het Bij de Buren.'

Veel filmtheaters zetten in op diversiteit, maar de realiteit is anders, weet Petersen. ‘Het is overal wel heel wit. Ik zie in filmhuizen nooit zwarte mensen. Het valt ons extra op omdat Almere een van de meest diverse steden van Nederland is. Dan is een zaal met alleen maar witte mensen soms best jammer.’ Wie er dan vooral zitten? ‘Oudere dames van 65 tot 80 jaar. Die hebben de interesse, de rust en vinden het gezellig om elkaar te ontmoeten. Mannen zijn toch anders. Die willen een duidelijk verhaal, terwijl in de kleine arthouses toch vooral films draaien over gevoelens. Dan zit ik weer in een zaal vol oude dames. Vind ik prima hoor.’

Nergens zo goed als hier
Op vakantie in het buitenland moet Lianne wel eens op haar strepen staan om te voorkomen dat het een aaneengesloten reeks bioscoopbezoekjes wordt. Wel heeft het stel inmiddels een heel goed beeld van wat over de grens op filmgebied gebeurt. Michiel: ‘In Duitsland heb je nog van die leuke kleine bioscoopjes die door een echtpaar gerund worden. Ik vind ook altijd het weglopen leuk in het buitenland. Dan moet je een andere uitgang nemen en sta je plotseling in een troosteloze steeg. Nergens in Europa is het zo goed als hier. Ik zou best in Zweden willen wonen, maar niet voor de bioscopen. Daar is alles van dezelfde club, Filmstaden en heb je bijna geen arthouses.’

De Speeldoos, Baarn (‘Mooie bonbondoos’), Cavia, Amsterdam (‘Beetje slonzig…’) Filmhuis Doesburg (‘Een kasteel, ze projecteren op een witte muur’), Cinebergen (‘Een boerderij in het bos’) over de Nederlandse filmzalen kan Petersen uren praten. ‘Mensen vragen wel eens: ga je ook naar festivals? Maar ik maak mijn eigen filmfestival. Toen het zo warm was zat Lianne in het strandhuisje van haar moeder. Ik ben naar LantarenVenster gegaan. Kon ik op één dag vijf films achter elkaar zien.’

Petersen slaat de laptop dicht. Hij weet waar hij de komende vijfentwintig jaar zijn vrije tijd in zal steken. ‘Eigenlijk is het gewoon de perfecte manier om heel Nederland te zien.’