Achter de schermen

Een sterkere en zichtbaardere Nederlandse film

'Het moet vanuit de mensen zelf komen.'

Filmmakers reageren op eindrapportage werkgroep sectorplan

Meer ruimte voor de filmmaker

Terwijl Nederland de koffers aan het inpakken was voor de grote zomervakantie stuurde staatssecretaris Gunay Uslu van Cultuur en Media een brief naar de Tweede Kamer. Daarin deed ze haar visie op het audiovisuele aanbod uit de doeken. Ze voegde daarbij de eindreportage van de Werkgroep Sectorplan waarin te lezen valt hoe betrokken partijen zelf aankijken tegen de versterking van de productie en zichtbaarheid van Nederlandse films en series. HFN vroeg in reactie op het plan een aantal makers naar hun ideeën hierover.

'Films, series en documentaires laten zien wie we zijn, hoe anderen zijn en leren ons de wereld kennen', schrijft de staatssecretaris in haar brief. Om ervoor te zorgen dat de filmsector dat kan blijven doen wil Uslu dat er meer samengewerkt gaat worden. Bijvoorbeeld door het Filmfonds en de publieke omroep, maar ook tussen publieke organisaties en private partijen. Zo kondigde ze onder meer een investeringsverplichting voor streamingdiensten aan. En stelt ze meer geld beschikbaar voor achttien speelfilms bij de publieke omroep. De Nederlandse speelfilms moeten van Uslu 'zichtbaarder en laagdrempelig' worden. Daarbij is volgens Uslu duidelijk een rol weggelegd voor de sector zelf.

Aanjagen
Begin dit jaar ging er daarom een werkgroep van start, onder leiding van een door de staatssecretaris aangewezen aanjager. Daarin zaten naast twee makers (een cameraman en een scenarioschrijver), twee producenten, twee filmdistributeurs, twee vertegenwoordigers namens bioscopen en filmtheaters, vier personen namens de publieke én commerciële omroepen en vijf personen namens de streamingdiensten. De groep werd aangejaagd door de voormalige directeur van het Filmfonds en van het Nederlands Film Festival, Doreen Boonekamp.

Jos Stelling op de set van De dans van Natasja / Foto Mark de Blok

''Misschien moeten we terug naar twee filmfondsen.’

jos stelling

In de twintig pagina's tellende rapportage wordt onder meer geconcludeerd dat de focus op een vaste groep mensen met bewezen talent eigenlijk voorkomt dat er zowel voor als achter de camera een grotere groep ontstaat die tevens diverser en inclusiever is.  Academies en vakopleidingen sluiten ook niet genoeg aan op de vraag vanuit de markt, aldus het rapport. Er worden diverse ‘oplossingsrichtingen’ genoemd, zoals campagnes op scholen, stage- en leerplekken voor scenaristen, masterclasses en workshops. Maar er wordt ook gesproken over het bijbrengen van marketingkennis én kennis van exploitatie. 

Nog voordat de discussie over de rapportage en de aangedragen oplossingen in de sector kan plaatsvinden, bijvoorbeeld tijdens de aankomende editie van het Nederlands Film Festival, vroeg Holland Film Nieuws een aantal makers naar hun ideeën hierover. Er werd ze gevraagd naar hun visie op de Nederlandse film over pakweg vijf jaar.

Vrij snel bleek dat filmmakers wel wilden reageren, maar dat niet iedereen bij naam genoemd wilde worden. Of men wilde dat eerdere beweringen bij nader inzien toch wat afgezwakt zouden worden. Dat alles onder het mom van: 'Je komt elkaar in deze wereld toch weer vaak tegen…'

Anoniem
Het werkplan wordt over het algemeen erg braaf gevonden. 'Alle goede woorden staan er in', zei een filmmaker, terwijl een ander benoemde dat het belangrijk is dat er meer ruimte komt voor eigenzinnige makers. 'De Filmfonds-medewerkers en dramaturgen volgen de geijkte paden. Ze zijn nu meer aan het oordelen, terwijl het beter zou zijn om bijvoorbeeld jonge makers het recht op begeleiding door dramaturgen aan te bieden', was de reactie van een maker die liever anoniem wilde blijven. Verbazing is er over de mate van diversiteit bij de samenstelling van de werkgroep. Het bleef niet onopgemerkt dat er maar één werkgroeplid is die echt aan de creatieve basis staat: een scenarioschrijver. 'Als je het niveau van de beeldende kunst wilt verhogen, stel je toch ook niet een werkgroep samen bestaande uit mensen van kunstgaleries, musea en veilinghuizen', werd er gezegd.

'Nederlanders zijn politieagenten en onderwijzers. Ze nemen elkaar de maat. En het zijn handelaren. Dat zie je terug in dit plan.'

Iemand die wel op eigen titel wilde reageren en een wensenlijst presenteerde was Hanneke Niens. De producent van KeyFilm, maker van films als Soof, Ventoux, Nena en De tweeling zou graag zien dat er 'minder druk komt op budgetten waardoor er ook minder druk is op iedereen betrokken bij de ontwikkeling, productie en exploitatie van projecten. En dat er uiteraard aandacht moet zijn voor talent search en talentontwikkeling in al z'n diversiteit. Aan kritische reflectie en samenwerking tussen partijen in de audiovisuele keten valt nog veel te winnen, vindt Niens. 'Hoe dat moet? Daar ligt de grootste uitdaging: hoe van een stevig plan daadwerkelijk een daad maken.'

Ook Hans Heesen wilde zijn zegje wel doen. De docent scenario van de Filmacademie en tevens directeur van het Luxor Theater in Zutphen verbaast zich dat er wel óver de opleidingen is gesproken maar niet mét de opleidingen. 'Als je vindt dat de opleidingen niet goed aansluiten op de beroepspraktijk, ga dan met die opleidingen om de tafel. En vraag ook hoe de beroepspraktijk beter ingericht kan worden om geen talent verloren te laten gaan.'

Dodelijk
Jos Stelling, oprichter van de Nederlandse Filmdagen (het huidige Nederlands Film Festival) heeft net de opnamen van zijn allerlaatste film voltooid. Hij is, naast exploitant van arthouses in Utrecht, met Alex van Warmerdam de enige Nederlandse filmmaker die het hoofdprogramma van de festivals van Cannes en van Venetië heeft gehaald. Stelling zet geen stap meer in het pand van het Filmfonds, heeft hij zichzelf beloofd na zijn ervaringen bij zijn laatste film. Hij kan nu dus vrijuit spreken, zegt hij. Stelling vindt het sectorplan een ambtelijk, risicoloos en dichtgetimmerd stuk. 'Het had ook veertig jaar geleden geschreven kunnen zijn. Ik mis de passie en de bezieling. Film wordt te veel gezien als verdienmodel.'

'Twee of meer loketten. Dan ben je ook van de spagaat van het huidige fonds af.'

dave schram

Maria Peters op de set van De Dirigent / Foto Shooting Star

De Utrechtse filmmaker en exploitant vindt dat je filmmakers meer bij elkaar moet brengen. 'Dat was ook een uitgangspunt van de beginjaren van de Nederlandse Filmdagen. Filmmakers inspireren elkaar. Dit stuk is top-down geschreven. Dat moet andersom. Het begint bij de kunstenaars, bij de talenten. Die je moet koesteren. Een klein land als Nederland moet zich richten op filmauteurs, zoals je dat ook in de Scandinavische landen ziet. Mensen als Joost van Ginkel, Robert Jan Westdijk, Erik de Bruijn en Nanouk Leopold zijn op hun best als ze persoonlijke films maken.'

Stelling meent dat de Nederlandse volksaard is doordrenkt van calvinisme: 'Nederlanders zijn politieagenten en onderwijzers. Ze nemen elkaar de maat. En het zijn handelaren. Dat is zie je terug in dit plan. Het is dodelijk voor de filmkunst.'

'Er is weinig of geen echte expertise', constateert de man die de discussie nooit uit de weg gaat. 'Het gaat om de creativiteit, daar begint het mee. Het begint niet bij marketing en ook niet bij inclusie en diversiteit. Vroeger had je voor de commerciële film het Productiefonds en voor de artistieke film was er het Fonds voor de Nederlandse Film. Misschien moeten we terug naar twee filmfondsen.'

Meer loketten
Twee of meer loketten, dat ziet ook het filmechtpaar Dave Schram en Maria Peters als een oplossing. Samen zijn ze als regisseur en/of producent verantwoordelijk voor bijna vijftig films, waaronder Kruimeltje, Spijt!, Left Luggage, Prooi, en De dirigent. 'Dan ben je ook van de spagaat van het huidige fonds af, met haar twee petten op: eentje voor Economische Zaken en eentje voor OCW', meent Schram. 'Het zou goed zijn wanneer de artistieke films over vijf jaar meeprofiteren van het zakelijke succes van de commerciële films. Ik heb hier in het verleden al een paar keer ideeën over geopperd.' Schram is ook voorstander van een verplichte ratio Nederlandse films in de bioscopen en op de televisie, zoals dat in Frankrijk gebeurt.

- lees verder onder de advertentie -

'Er mag best inhoudelijke controle zijn op wie er subsidie ontvangt, maar gerenommeerd en bewezen talent moet wel gekoesterd worden door het Filmfonds', laat Maria Peters weten. Met Jos Stelling vindt zij de inhoudelijke bemoeienis van het Filmfonds te ver gaan. 'De begin- en slotscène van De dirigent vielen bij de filmconsulent niet in goede aarde. De toekenning van de subsidie was afhankelijk van dit oordeel. Dat gaf veel vertraging. Het beleid zou zo moeten zijn dat het Filmfonds minder op de stoel van de filmmaker gaat zitten. Stimuleren is beter dan constant op de rem staan.'

Volgens Schram heeft het Filmfonds qua aantal medewerkers een enorme groei doorgemaakt. 'Het is van belang dat we over vijf jaar niet zijn dichtgegroeid met ingewikkelde regels en eisen die een negatieve werking hebben op het creatieve proces.' En over het woke-gebeuren wil de producent en regisseur ook nog wel iets kwijt. 'Het verhaal moet leidend zijn! Dus niet het aantal vrouwen, mensen van kleur, dwergen of genderneutrale wc’s. Wie bepaalt die norm? De wc voor mensen met achondroplasie (een erfelijke aandoening waardoor mensen klein zijn en korte armen en benen hebben; red.) moet er dan eerder komen. Die kunnen niet eens bij de pisbak.'

'Het is allemaal herverkavelen op de vierkante centimeter', vindt Schram. 'Je moet ruimer denken. Meer aan opleiding doen. Het moet vanuit de mensen zelf komen. Niet opleggen. Het gaat om het stimuleren en creëren van een sfeer, zodat een cultuurverandering uiteindelijk vanzelf gaat. Je moet de filmmaker dus minder beperken, maar meer ruimte geven. Abel, van de toen debuterende Alex van Warmerdam, is zo perfect geworden omdat hij zo ongewoon bijzonder eigenzinnig is. Dat leer je niet uit de boekjes Hoe maak je een film?'

Lex Veerkamp
Op 13 september wordt er tijdens de industriedag van Film by The Sea in Vlissingen onder meer gesproken over de toekomst van de film. Meer informatie

Op 23 september is er tijdens de NFF Conferentie van het Nederlands Film Festival aandacht voor de toekomst van de AV-sector. Meer informatie